NL | FR
 
 
 
 
Home > Info > Herkomst pels

Herkomst pels

Inleiding

In de loop van de geschiedenis en ook nu nog, heeft bontkleding alle vormen van vooral beschuttende kleding ondergaan, maar ook van sieraad, van lichamelijke welvaart, van herkenningsmiddel of modeverschijnsel, van persoonlijk of algemeen schoonheidsgevoel en van cultuurgebonden dracht.

Vroeger zorgde de jacht niet alleen voor voedsel, maar alle delen van het dier werden zoveel mogelijk gebruikt. De vellen werden gebruikt voor kleding, dekens, tassen. Het dragen van een bewerkt dierlijk vel kon hierbij tegemoet komen aan een bruikbare beschutting tegen weersomstandigheden, als camouflage tijdens de jacht, bescherming tijdens de strijd, expressiemiddel van geslachtsverschil, of om te voldoen aan een schaamtegevoel.

Bont

De term ‘bont’ stamt uit de Middeleeuwen. De benaming ontstond rond de toen veelgebruikte pelsen van de gewone eekhoorn (Sciurus vulgaris), die bontgekleurd waren (wit en blauwgrijs). Soms varieerde de hoofdkleur ook naar roodbruin en wit, of naar bijna zwart en wit. Eekhoornvellen werden bijna uitsluitend gebruikt als binnenvoering van kledingstukken, zowel jassen, mantels, als dameskleden en rokken. Deze in bonte kleuren gemaakte warme voering werd uiteindelijk kortweg met de term ‘bont’ aangeduid. Deze term (bont of bunt) is terug te vinden in het Nederlands, de Scandinavische talen en het platDuits. Afgeleid ontstonden ook de termen bontmaker of bontwerker.

Onder de noemer bont begrijpen we de algemene verzamelnaam voor bereide vellen van dieren en de producten, maar eveneens de kledingstukken, die deze vellen als grondstof hebben. Het feit dat bont door de eeuwen heen als beschuttend kledingstuk tegen de koude en soms eveneens als sieraad werd aangewend, dankt het aan de typische natuurlijke eigenschappen van het leder (de lederhuid) en de vacht (de beharing). Het leder bepaalt de sterkte van een kledingstuk, houdt de wind af en laat een zekere evacuatie van de transpiratie toe. De beharing, de vacht, zorgt mee voor een degelijke warmtehuishouding.

Meer over de geschiedenis van bont.

Grondstoffen

De huidige herkomst en de oorsprong vanwaar de vellen van bepaalde diersoorten ter beschikking komen van de pelshandel is, ruim gezien, drieledig.

Een eerste belangrijk toeleveringsbron bestaat uit bijproducten van dier- en veehouderij, waarbij verschillende dieren omwille van hun vlees, hun melk en soms ook omwille van hun beharing of vacht worden gekweekt.

In tweede rang worden een wel gekend aantal diersoorten gehouden omwille van hun pels. Ook dit is een activiteit die zich situeert in de landbouwsector. Deze gekweekte pelsdieren worden gevoed met slacht- en visafval, die niet meer voor menselijke consumptie geschikt is en die niet meer te verwerken is in voeder voor gezelschapsdieren. Enkele pelsdierensoorten worden met plantaardige ingrediënten gevoed.

Een derde en laatste hoeveelheid vellen is afkomstig uit het wild. De redenen voor het bejagen van deze wilde dieren zijn zeer divers. De grote meerderheid van deze vellen is afkomstig van diersoorten waarvan de populatie om een bepaalde reden en soms louter plaatselijk, als schadelijk wordt aanzien of ervaren. Anderzijds moeten bepaalde dierenpopulaties onder toezicht van de bevoegde biologen laag worden gehouden om andere soorten, meestal hun prooidieren te beschermen. Ook bestaat nog altijd de jacht op dieren omwille van hun vlees, dit dikwijls in leefomstandigheden waar er een beperkt voedselaanbod voor de mens aanwezig is. Als laatste blijft er nog een klein aantal vellen op de pelsmarkt over, die komen van dieren die traditioneel door inheemse volkeren of andere jagers/trappers worden bejaagd omwille van hun pels. Dit gebeurt tegenwoordig op een duurzame wijze.

Meer weten over het gebruik van bovenstaande grondstoffen in België? Klik hier.