NL | FR
 
 
 
 
Home > Nieuws

Nieuws

"Dierenwelzijn rechtvaardigt verbod op pelsdierhouderijen niet"

GAIA ijvert al jaren voor een wettelijk verbod op pelsdierfokkerijen in België. Zowel in Kamer als Senaat hebben politici van de groene en rode fracties wetsvoorstellen in die zin ingediend. "Geen leven geboren laten worden omdat men het product, bont dus, niet per se nodig denkt te hebben. Is dat dan dierenwelzijn?", reageert Dirk Lips, professor Ethiek en dierenwelzijn aan de K.U.Leuven en UGent.


"Het houden van pelsdieren, enkel en alleen voor de productie van bont, is niet in overeenstemming met de basisvoorwaarden op het vlak van dierenwelzijn en daarom ethisch onaanvaardbaar. Pelsdierfokkerijen moeten dan ook verboden worden." Zo luidt de samenvatting van het wetsvoorstel dat sp.a-Kamerlid Peter Vanvelthoven al in december 2010 indiende en dat recent onderschreven werd door Anthony Dufrane (PS). Eenzelfde voorstel doen Groen en Ecolo in Kamer en Senaat en half maart nam ook sp.a-senator Guy Swennen het initiatief om de 18 Vlaamse nertsenfokkerijen te verbieden nog langer dieren te houden voor hun pels.

"Een verbod op het houden van nertsen kan nooit bijdragen tot meer dierenwelzijn", werpt professor Dirk Lips tegen. Als voorzitter van de Raad voor Dierenwelzijn vindt hij het vreemd dat er wetsvoorstellen worden ingediend om pelsdierfokkerij te verbieden terwijl de Raad daar nog geen advies over heeft uitgebracht en ook nog nooit om advies is gevraagd. Als professor Ethiek en dierenwelzijn stoort hem de redenering dat deze landbouwdieren beter niet geboren zouden worden omdat men denkt bont niet per se nodig te hebben.

"Het is niet omdat we bont niet nodig hebben om te kunnen overleven dat we het niet mogen bezitten. Als je die redenering doortrekt voor andere producten, dan kunnen we bijna alles in de vuilnisbak kieperen", redeneert Lips. "De vraag die zich opdringt is of men bont rechtmatig en rechtvaardig kan bezitten." Volgens de ethicus is dat perfect mogelijk. "Wij mogen dieren houden voor hun pels op voorwaarde dat hun welzijn aanvaardbaar is en de dieren niet hoeven te lijden."

"Onder die voorwaarde hoef je niets te verbieden en kun je de burger individueel vrijlaten in zijn keuze waarvoor hij dieren gebruikt", vervolgt Lips. "Wil de maatschappij die producten niet, dan selecteert zich dat vanzelf uit. Iedereen mag op allerlei legale manieren een mening verspreiden om de maatschappij te veranderen. Lukt dat bijvoorbeeld GAIA in het geval van het dragen van bont, dan wordt er vanzelf geen bont meer verkocht en is er geen wet voor nodig om dit te verbieden. Blijkbaar is de maatschappij daar niet van overtuigd en zijn er dus te weinig argumenten."

In plaats van naar het doel te kijken waarvoor de dieren gehouden worden, vindt hij het veel belangrijker om rekening te houden met de diersoort en haar welzijn. Hij noemt de huisvesting op een nertsenfokkerij niet helemaal ideaal, maar zeker niet onacceptabel slecht. "Nertsen leven in het wild ook niet in het paradijs. Zij moeten de hele dag op zoek naar eten en drinken. De sterfte bij jonge nertsen is hoog. Angst is de meest voorkomende emotie en hun doodstrijd is vaak niet om aan te zien," schetst Lips.

Na honderd generaties nertsen op boerderijen zijn farmnertsen volgens Lips geen wilde dieren meer. "Verveling is een groot welzijnsprobleem voor gedomesticeerde dieren, maar nertsen geven niet aan dat zij sterk de behoefte hebben om zich te gedragen zoals ze in het wild zouden doen. Kooiverrijking is overigens niet altijd kooivergroting. Ook voor nertsen zijn extra bezigheden zoals stapelkooien met platforms en groepshuisvesting daarom belangrijker dan wat extra ruimte."

"Een verbod op pelsdierfokkerij zou eventuele problemen op het vlak van dierenwelzijn naar het buitenland exporteren, waar we er geen vat op hebben", besluit Lips. "Wie absoluut wat wil doen aan het dierenwelzijn in de veehouderij heeft weinig redenen om nertsen bovenaan zijn prioriteitenlijstje te plaatsen. Wie pelsdierhouderij wil verbieden, zou zijn oordeel moeten stoelen op objectieve argumenten. Maar weinig mensen hebben al een pelsdierfokkerij van dichtbij gezien. Welnu, er zijn veehouderijtakken waar de uitdagingen acuter zijn."

"Er is in België geen maatschappelijk draagvlak voor pelsdierhouderij", werpt Michel Vandenbosch tegen. Een verbod op pelsdierhouderij komt volgens de voorzitter van GAIA overeen met de wil van het overgrote deel van de Belgische bevolking. "Ongeacht de omstandigheden waarin nertsen leven, en die zijn volgens ons bijzonder slecht, liet 86 procent van de ondervraagden zich positief uit over een verbod omdat ze overtuigd zijn dat dieren niet gehouden mogen worden voor hun pels." Hij voegt er nog aan toe dat België niet alleen zou staan met een verbod aangezien het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk eerder al besloten om pelsdierhouderij te weren van hun grondgebied.

"Daardoor werd in Europa wel geen nerts minder gehouden", merkt de Belgische vereniging van pelsdierhouders op, "want de nertsenhouders die nog niet toe waren aan een bedrijfsstopzetting begonnen in andere lidstaten een nieuwe en grotere farm." Voorzitter Marnix Van Laecke gelooft niet dat er in België een verbod op pelsdierhouderij komt omdat onder minister Rudy Demotte jaren geleden al is gebleken dat zo'n verbod om dierenwelzijnsredenen niet te rechtvaardigen is. "In plaats van energie te steken in een poging om deze zeer rendabele en niet gesubsidieerde veehouderijtak te verbieden, vragen wij de politici om naar het voorbeeld van Denemarken werk te maken van duidelijke regels omtrent de huisvesting van nertsen", aldus Van Laecke.

Bron: Vilt - 4 april 2012



Terug